ECLI:NL:GHARL:2024:814

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 februari 2024
Publicatiedatum
2 februari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.330.376/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. van Schuijlenburg
  • Swart
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake snelheidsoverschrijding en betrouwbaarheid van metingen bij een tussenafstand van 400 meter

In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam, die op 2 februari 2024 uitspraak deed in een zaak betreffende een snelheidsoverschrijding. De betrokkene, vertegenwoordigd door mr. N.G.A. Voorbach, had een sanctie van € 411,- opgelegd gekregen voor het rijden van 37 km per uur boven de toegestane snelheid op de autosnelweg A20 in Capelle aan den IJssel op 23 december 2021. De betrokkene ontkende de gedraging en voerde aan dat de tussenafstand van 400 meter tussen zijn voertuig en het dienstvoertuig te groot was voor een zorgvuldige waarneming. Hij verzocht om de ambtenaar als getuige te horen, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de relevante vragen aan de hand van het dossier beantwoord konden worden.

Het hof oordeelde dat de gegevens waarop de ambtenaar zich had gebaseerd voldoende waren om de gedraging vast te stellen. De ambtenaar had verklaard dat hij en zijn collega het voertuig van de betrokkene niet uit het oog hadden verloren tijdens de meting. Het hof concludeerde dat er geen rechtsregel was die bepaalde dat bij een tussenafstand van 400 meter geen meting mocht worden verricht. De betrokkene had geen overtuigende argumenten aangedragen die de betrouwbaarheid van de meting in twijfel trokken. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.330.376/01
CJIB-nummer
: 246563314
Uitspraak d.d.
: 2 februari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 13 juli 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 411,- voor: “37 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 december 2021 om 18.53 uur op de A20 in Capelle aan den IJssel met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene ontkent dat de gedraging is verricht. Hij voert aan dat de tussenafstand van 400 meter tussen het voertuig van de betrokkene en het dienstvoertuig te groot is voor een zorgvuldige waarneming. De gemachtigde heeft een afbeelding ingebracht van het zicht dat een ambtenaar heeft over een afstand van ongeveer 300 meter. Bij 400 meter is het voertuig dan volledig uit het zicht. De meting in deze zaak kan daarom niet als betrouwbaar worden aangemerkt. Ter onderbouwing verwijst de gemachtigde naar informatie van [naam1] te [plaats1] . De gemachtigde verzoekt de ambtenaar op te roepen voor een zitting zodat hij kan uitleggen hoe hij de afstand heeft waargenomen over een afstand van 400 meter. Verder wijst de gemachtigde erop dat uit het dossier niet volgt dat bij bepaling van de volgafstand gebruik is gemaakt van bijvoorbeeld hectometerpaaltjes, zodat de gedraging niet kan worden vastgesteld.
3. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 150.
Snelheid volgens kalibratietabel: 142.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 137.
Toegestane snelheid: 100.
Overschrijding met: 37.
Meetafstand: 1500,00 m.
Tussenafstand: 400 m.
Goedkeuring kalibratie boordsnelheidsmeter geldig tot: 13-09-2022 (…)
Soort weg: autosnelweg (…)
Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 38.9 R (…)
Verklaring betrokkene: Ik wilde even wat sneller terug.”
5. In het dossier bevindt zich verder de kalibratietabel van het betreffende dienstvoertuig.
6. Daarnaast bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 16 oktober 2023. Hierin verklaart de ambtenaar onder meer dat de in het zaakoverzicht genoemde tussenafstand van 400 meter niet het precieze aantal meters betreft maar een schatting. Verder merkt de ambtenaar op dat hij en zijn collega gedurende de meting het voertuig van de betrokkene niet uit het oog zijn verloren.
7. Het hof ziet in wat door de gemachtigde is aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de snelheidsmeting. Dat de tussenafstand ongeveer 400 meter was, geeft daartoe geen aanleiding. Er is geen rechtsregel aan te wijzen die bepaalt dat bij afstanden als deze geen meting mag worden verricht en dat het resultaat niet betrouwbaar is. Uit de in het zaakoverzicht opgenomen verklaring van de ambtenaren blijkt dat de afstand tussen het voertuig van de betrokkene en het dienstvoertuig tijdens de meting (vrijwel) gelijk bleef. Daar komt bij dat de ambtenaar heeft verklaard dat hij en zijn collega gedurende de meting het voertuig niet uit het oog zijn verloren. Het hof ziet geen reden om aan die verklaringen te twijfelen. De door de gemachtigde ingebrachte informatie van [naam1] te [plaats1] doet die twijfel in ieder geval niet ontstaan. Uit deze informatie volgt namelijk - anders dan de gemachtigde stelt - niet dat een waarneming over meer dan 300 meter niet mogelijk is. Verder wordt overwogen dat uit het zaakoverzicht volgt dat bij het bepalen van de volgafstand van 1500 meter is uitgegaan van hectometerpaal 38.9 R, zodat ook deze grond van de gemachtigde niet slaagt. Met betrekking tot het verzoek de ambtenaar als getuige ter zitting te doen horen over hoe hij de afstand heeft waargenomen over een afstand van 400 meter, wordt overwogen dat deze vraag aan de hand van de gegevens die zich in het dossier bevinden, in het bijzonder het aanvullend proces-verbaal, is te beantwoorden. Gelet hierop en op het gegeven dat de gemachtigde niet heeft gereageerd op de aanvullende verklaring van de ambtenaar, is het hof van oordeel dat het nader bevragen van de ambtenaar onder deze omstandigheden niet noodzakelijk is. Dit brengt mee dat het verzoek om de ambtenaar op te roepen als getuige wordt afgewezen (vgl. het arrest van dit hof van 14 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3210).
8. Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.