ECLI:NL:GHARL:2024:7589
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden in bestuursstrafzaak
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter in een bestuursstrafzaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Het hof beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep. Hoewel de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk had verklaard wegens het ontbreken van zekerheidstelling, stelde het hof vast dat het hoger beroep tijdig was ingediend omdat de beslissing niet op het juiste adres was verzonden.
De vertegenwoordiger van de betrokkene werd meerdere malen schriftelijk verzocht om gronden voor het hoger beroep in te dienen, hetgeen verplicht is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Ondanks deze aanmaningen maakte de vertegenwoordiger geen gebruik van de gelegenheid om gronden aan te voeren.
Daarom verklaarde het gerechtshof het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden op 9 december 2024.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden.