Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de nakoming van een zorgregeling voor hun minderjarige kind, waarbij de man de vrouw heeft gedagvaard om nakoming af te dwingen met een dwangsom als prikkel.
De voorzieningenrechter stelde in een kort geding vonnis van 6 maart 2024 vast dat de vrouw de zorgregeling moet naleven waarbij het kind van vrijdagochtend tot zondag bij de man verblijft, en bij niet-nakoming een dwangsom van €100 per dag geldt. De vrouw verzocht het hof dit vonnis te vernietigen en de regeling te wijzigen.
Het hof oordeelt dat de zorgregeling inmiddels per beschikking van 4 juli 2024 is gewijzigd, maar dat het kort geding vonnis voor de periode tot die datum in stand blijft. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat zij medisch niet in staat was het kind te brengen en dat haar financiële situatie een dwangsom uitsluit. De vordering tot wijziging van halen en brengen wordt afgewezen.
Het hof bepaalt dat elke partij zijn eigen proceskosten draagt vanwege de aard van het familierelatiegeschil. Het arrest bevestigt de eerdere uitspraak en wijst verdere vorderingen af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het kort geding vonnis dat de vrouw veroordeelt tot nakoming van de zorgregeling en betaling van een dwangsom voor de periode tot 4 juli 2024.