ECLI:NL:GHARL:2024:6727
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Financiële argumenten bieden geen grondslag voor wijziging hoofdverblijfplaats minderjarige
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland waarin haar verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van haar minderjarige kind werd afgewezen.
De ouders oefenden gezamenlijk het ouderlijk gezag uit en hadden in het ouderschapsplan uit 2019 afgesproken dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader zou zijn, met een zorgregeling die in de praktijk niet werd gevolgd. De moeder wilde de hoofdverblijfplaats wijzigen naar haar, vooral vanwege financiële veranderingen na het meerderjarig worden van hun andere kind.
Het hof oordeelde dat de financiële argumenten geen zodanige wijziging van omstandigheden vormen die een verandering van hoofdverblijfplaats rechtvaardigen. Het belang van het kind bij rust en continuïteit weegt zwaarder. Het hof benadrukte ook dat de ouders hun financiële afspraken beter moeten regelen en dat de juridische strijd schadelijk is voor het kind. De bestreden beschikking werd daarom bekrachtigd.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige blijft bij de vader; het verzoek van de moeder wordt afgewezen.