Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met daarin de grieven met producties
- de memorie van antwoord met een productie.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter die haar vorderingen tot terugbetaling van geldleningen heeft afgewezen wegens niet-opeisbaarheid. Appellante stelt dat zij in de periode oktober 1999 tot en met januari 2000 geld heeft uitgeleend aan geïntimeerde op basis van een schriftelijke overeenkomst van 7 april 2001.
Het hof constateert dat partijen nauwelijks stukken hebben overgelegd die hun stellingen en verweren onderbouwen. Appellante heeft enkel kopieën van de overeenkomst, correspondentie en enkele bankafschriften overgelegd, waarvan het saldo niet duidelijk blijkt. Geïntimeerde heeft slechts een e-mail van zijn advocaat overgelegd, zonder de bankafschriften zelf.
Het hof benadrukt dat partijen verplicht zijn de feiten volledig en naar waarheid aan te voeren en de rechter in staat te stellen zijn werk te doen. Daarom beveelt het hof partijen om binnen twee weken na dagtekening van dit arrest diverse bescheiden te overleggen, waaronder bankafschriften, een verklaring van erfrecht, een uittreksel van het Kadaster, een boedelbeschrijving en andere relevante stukken.
Het hof wijst erop dat het niet tijdig kunnen overleggen van deze stukken geen reden is voor uitstel van de mondelinge behandeling, die gepland staat op 25 november 2024. Tot slot houdt het hof iedere verdere beslissing aan totdat de gevraagde stukken zijn overgelegd.
Uitkomst: Het hof beveelt partijen om binnen twee weken aanvullende bescheiden te overleggen en houdt verdere beslissing aan.