De vader en moeder zijn gezamenlijk belast met het gezag over hun minderjarige kind, geboren in 2012. Sinds 2019 is het kind onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling, met verlengingen tot 2024. De rechtbank wijzigde de zorgregeling door het contact tussen vader en kind stop te zetten, maar wees het verzoek van de moeder om alleen gezag te krijgen af.
De moeder ging in hoger beroep en verzocht het hof haar alleen met het gezag te belasten. De vader was niet verschenen in de procedure en had zich niet ingespannen om een rol in het leven van het kind te spelen. De raad voor de kinderbescherming adviseerde het verzoek van de moeder toe te wijzen.
Het hof oordeelde dat het in het belang van het kind is dat de moeder alleen met het gezag wordt belast, omdat het niet te verwachten is dat de ouders samen tot beslissingen kunnen komen. De bestreden beschikking werd vernietigd voor zover het gezag betreft en de moeder werd alleen gezagsdrager.