ECLI:NL:GHARL:2024:662

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 januari 2024
Publicatiedatum
25 januari 2024
Zaaknummer
GEMW 200.330.919/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 154b GemeentewetArt. 154k lid 2 GemeentewetArt. 14 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens boete lager dan 110 euro

Eiser stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van eiser tegen een bestuurlijke boete van de gemeente Den Haag behandelde. De boete was opgelegd op grond van artikel 154b van de Gemeentewet wegens overlast in de openbare ruimte.

De kantonrechter had het bezwaar van eiser tegen de boete ongegrond verklaard en het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar vernietigd. Eiser verzocht tevens om een proceskostenvergoeding.

Het gerechtshof oordeelde dat op grond van artikel 14 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), zoals van toepassing sinds 1 januari 2023, hoger beroep alleen ontvankelijk is als de sanctie hoger is dan €110. Omdat de opgelegde boete €95 bedroeg, verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Het arrest werd uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 25 januari 2024, waarbij mr. Van Schuijlenburg als rechter het vonnis wees.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de boete lager is dan €110.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: GEMW 200.330.919/01
CJIB-nummer
: 5222136001
Uitspraak d.d.
: 25 januari 2024
Arrestop het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 29 juni 2023, betreffende

[eiser] (hierna: eiser),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag (hierna: verweerder) gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het bezwaar tegen de beschikking tot oplegging van een bestuurlijke boete aan eiser op grond van artikel 154b van de Gemeentewet met kenmerk [nummer1] ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van eiser heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. In artikel 154k, tweede lid, van de Gemeentewet is bepaald dat onder meer artikel 14 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) van overeenkomstige toepassing is in een procedure als hier aan de orde.
2. Artikel 14 van Pro de Wahv - zoals die bepaling luidt per 1 januari 2023 - bepaalt, voor zover hier van belang, dat hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter als de sanctie bij die beslissing hoger is dan € 110,-.
3. Van deze situatie is hier geen sprake. De bestuurlijke boete bedraagt € 95,-. Het hof zal het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.