ECLI:NL:GHARL:2024:6615
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken deugdelijke machtiging in Wahv-procedure
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van een deugdelijke machtiging. De kantonrechter had vastgesteld dat de overgelegde volmacht niet was voorzien van een handtekening, noch een voldoende betrouwbare digitale handtekening, ondanks dat hiervoor een termijn was gesteld.
De appellant voerde aan dat hij zelf beroepsgerechtigd was en dat een machtiging niet vereist was, verwijzend naar eerdere jurisprudentie en artikel 9 van Pro de Wahv. Het hof oordeelt echter dat het administratief beroep door de betrokkene is ingesteld en dat alleen degene die het administratief beroep heeft ingesteld, beroep kan instellen bij de rechtbank. Omdat het beroep feitelijk door een ander is ingesteld, mocht de kantonrechter een schriftelijke machtiging verlangen.
De door appellant overgelegde volmacht voldeed niet aan de eisen, omdat deze niet was voorzien van een handtekening, maar slechts van namen en een digitale handtekening waarvan de authenticiteit onvoldoende was aangetoond. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een deugdelijke machtiging en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.