Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoeker],
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland waarin het gezag van de ouders over hun zevenjarige dochter, die sinds vier jaar uit huis is geplaatst, werd beëindigd. De ouders betwisten de beëindiging en verzoeken het hof de beschikking te vernietigen. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling steunen de beëindiging.
De feiten tonen aan dat het kind vanwege een onveilige thuissituatie met veel conflicten tussen de ouders en onvoldoende zorg, sinds 2021 onder toezicht staat en in een pleeggezin verblijft. De ouders functioneren op laagbegaafd niveau en hebben moeite met opvoeding en aansluiting bij het kind. Hoewel de omgang begeleid en recentelijk verbeterd verloopt, is het belang van het kind bij continuïteit en ongestoorde hechting in het pleeggezin zwaarwegend.
Het hof overweegt dat de aanvaardbare termijn voor onzekerheid bij het kind is overschreden en dat terugplaatsing schadelijk zou zijn. De geboorte van een jonger kind bij de ouders verandert hier niets aan. Het gezag wordt daarom terecht beëindigd en de voogdij aan de gecertificeerde instelling toegewezen. De grieven van de ouders worden verworpen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de ouders over de minderjarige en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.