ECLI:NL:GHARL:2024:6475
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking hof over bezwaar tegen overdracht gevangenisstraf aan Letland
De veroordeelde is in 2019 veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord en vuurwapenbezit. De straf is onherroepelijk sinds 2020. De minister heeft het voornemen uitgesproken om de straf in Letland ten uitvoer te leggen, waarop de veroordeelde bezwaar maakte.
Het hof onderzocht of aan de formele voorwaarden voor overdracht is voldaan en concludeerde dat instemming van Letland en de veroordeelde niet vereist is omdat de veroordeelde Letse nationaliteit heeft en daar zijn vaste woonplaats heeft. De minister heeft zich ervan vergewist dat de tenuitvoerlegging bijdraagt aan de maatschappelijke re-integratie in Letland.
Hoewel de veroordeelde lopende vreemdelingenrechtelijke procedures en een asielaanvraag heeft, heeft het hof geoordeeld dat deze geen schorsende werking hebben en de overdracht niet verhinderen. Het hof erkent het reële gevaar van onmenselijke detentieomstandigheden in Letland, zoals blijkt uit het CPT-rapport 2023, maar acht het voldoende dat de minister garanties bedingt van Letse autoriteiten om dit te voorkomen.
Het hof concludeert dat de minister in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen en verklaart het bezwaar ongegrond. De overdracht van de gevangenisstraf aan Letland kan doorgaan onder de voorwaarde dat adequate detentiegaranties worden verkregen.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaar tegen de overdracht van de gevangenisstraf aan Letland ongegrond.