ECLI:NL:GHARL:2024:6408

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 oktober 2024
Publicatiedatum
16 oktober 2024
Zaaknummer
Wahv 200.340.972/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor parkeren op gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

De betrokkene kreeg een sanctie van €410 opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder het daarvoor bestemde voertuig te gebruiken. De kantonrechter matigde deze sanctie met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

De gemachtigde voerde aan dat het bord E6 slecht zichtbaar was doordat het tegen een boom was geplaatst en dat er geen wit kruis op het wegdek aanwezig was. Ook werd betoogd dat het sanctiebedrag niet in verhouding stond tot de vermeende gevaarzetting.

Het hof stelde vast dat de gedraging had plaatsgevonden en dat de borden zichtbaar waren. Het ontbreken van een wit kruis op het wegdek is niet relevant omdat hiervoor geen wettelijke verplichting bestaat. Het hof oordeelde dat de regelgever zijn bevoegdheid niet heeft overschreden en dat het sanctiebedrag niet disproportioneel is.

Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hof bevestigt de matiging van de sanctie tot €307,50 en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.340.972/01
CJIB-nummer
: 250165033
Uitspraak d.d.
: 16 oktober 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 28 februari 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en die beslissing vernietigd. Het beroep tegen de inleidende beschikking is gedeeltelijk gegrond verklaard en de inleidende beschikking is in zoverre gewijzigd dat het bedrag van de sanctie is vastgesteld op € 307,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 437,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 410,- voor: “R402C- Parkeren op gehandicaptenparkeerplaats anders dan met het voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemde voertuig”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 juni 2022 om 00:58 uur op de Alexander Bellstraat in IJmuiden met het voertuig met het kenteken [kenteken1] .
2. De kantonrechter heeft het sanctiebedrag gematigd met 25 procent omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.
3. De gemachtigde voert aan dat het bord E6 tegen een boom was geplaatst waardoor het slecht zichtbaar was. Het ligt op de weg van de gemeente om adequaat te snoeien. Het is dan ook niet aan de betrokkene te wijten dat hij het bord niet heeft gezien. Dit geldt temeer nu op de betreffende plek ook een wit kruis op het wegdek ontbrak. Verder is het sanctiebedrag zodanig hoog dat het niet meer in verhouding staat tot de gevaarzetting die het zou hebben veroorzaakt.
4. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Het hof zal met het oog op de beroepsgronden vervolgens beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
5. Het dossier bevat foto’s waarop het voertuig van de betrokkene is te zien. Verder is daarop ook een paal te zien waaraan een bord E6 en een onderbord ’ [kenteken2] ’ zijn bevestigd. Deze borden zijn geheel zichtbaar. Dat de borden door plaatsing tegen een boom aan het zicht waren onttrokken, is niet aannemelijk gemaakt. Er is geen onduidelijke verkeerssituatie. Dat een wit kruis op het wegdek ontbrak, doet hieraan niet af. Geen rechtsregel schrijft voor dat op een invalidenparkeerplaats een wit kruis moet worden aangebracht.
6. De regelgever heeft bepaald dat voor gedragingen als deze een sanctiebedrag geldt zoals in de inleidende beschikking genoemd. Er bestaat op grond van de stelling van de gemachtigde geen aanleiding om te oordelen dat de regelgever hiermee zijn bevoegdheid te buiten is gegaan of dat deze bepaling in strijd met het evenredigheidsbeginsel tot stand is gekomen. In hetgeen is aangevoerd ziet het hof ook anderszins geen aanleiding om het bedrag van de sanctie te matigen.
7. Gelet op het voorgaande is niet gebleken van redenen om de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie verder te matigen dat de kantonrechter heeft gedaan. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.