De man en vrouw, voormalige echtgenoten, zijn ouders van drie minderjarige kinderen. De rechtbank had in 2019 bepaald dat de man kinderalimentatie betaalt, welke in 2023 werd geïndexeerd tot €215 per kind per maand. In een beschikking van juli 2024 verhoogde de rechtbank dit bedrag aanzienlijk tot €332 per kind per maand vanaf december 2023 en €352 vanaf januari 2024, met onmiddellijke betaling en uitvoerbaar bij voorraad.
De man verzocht het hof om schorsing van deze beschikking vanwege zijn financiële noodsituatie, waaronder achterstanden in betalingen, dreigend faillissement van zijn onderneming en beperkte inkomstenmogelijkheden. De vrouw betwistte dit en stelde dat de man voldoende middelen heeft en zij bereid is betalingsregelingen te treffen.
Het hof oordeelde dat de man zijn financiële situatie voldoende had onderbouwd met accountantsstukken en dat het verweer van de vrouw onvoldoende was om dit te weerleggen. Ondanks berichten op social media over vakanties en uitgaven van de man, woog dit niet zwaarder dan de financiële stukken. Daarom werd het schorsingsverzoek toegewezen en de werking van de beschikking geschorst. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.