In deze strafzaak is verdachte in hoger beroep verschenen tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 22 november 2023. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest, en de oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel zoals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht. Tevens werd verdachte hoofdelijk veroordeeld tot betaling van materiële en immateriële schade aan de benadeelde partij.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank integraal overgenomen en de gronden van het vonnis als juist beoordeeld. De persoonlijke omstandigheden van verdachte, aangevoerd ter zitting, boden geen aanleiding tot een andere beslissing. De vordering tot tenuitvoerlegging is eveneens toegewezen.
Het arrest van het hof bevestigt daarmee de straf en maatregelen opgelegd door de rechtbank en bekrachtigt de schadevergoedingsmaatregel. De uitspraak werd op 13 september 2024 in Leeuwarden uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.