Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft de kantonrechter een beschermingsbewind uitgesproken over de goederen van verzoeker, die lijdt aan beginnende dementie. Verzoeker ging in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht het bewind te beëindigen.
Het hof oordeelt dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de beschikking, mede vanwege de herstelfunctie van het hoger beroep en de uitvoerige behandeling van het verzoek in eerste aanleg en hoger beroep. De medische rapportage van de neuroloog bevestigt dat verzoeker ernstige symptomen van dementie vertoont, waardoor hij niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen.
Daarnaast is vastgesteld dat verzoeker in de periode voorafgaand aan het bewind meer uitgaf dan zijn inkomen, wat duidt op verkwisting. De bewindvoerder behartigt de belangen van verzoeker, met aandacht voor zijn kwaliteit van leven, maar benadrukt dat uitgaven in verhouding moeten staan tot de financiële mogelijkheden.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kantonrechter en handhaaft het beschermingsbewind over de goederen van verzoeker.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot onderbewindstelling wegens ernstige dementie en verkwisting.