Uitspraak
18-107052-21 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Het onderzoek van de zaak
De beslissing waarvan beroep
€ 20.620,00.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 4 september 2024 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 11 mei 2023. De rechtbank had de betrokkene veroordeeld tot betaling van een bedrag van €20.620,- als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit witwassen.
Het hof heeft echter in het hoger beroep de eerdere vrijspraak van de betrokkene van het witwassen bevestigd, waardoor de grondslag voor de ontnemingsvordering ontbreekt. De vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt daarom afgewezen.
De beslissing van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt opnieuw beoordeeld, waarbij het hof de vordering tot ontneming afwijst. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het hof, waarbij de betrokkene en haar raadsvrouw hun standpunten hebben toegelicht.
De uitspraak bevestigt dat zonder een veroordeling voor het onderliggende strafbare feit, de ontnemingsvordering niet kan worden toegewezen. Het vonnis is uitgesproken in aanwezigheid van de griffier en de raadsheren.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen vanwege vrijspraak van witwassen.