Uitspraak
1.Samenvatting van de beslissing
2.De kern van de zaak
- het beroepschrift
- het verweerschrift
- de moeder met haar advocaat
- een vertegenwoordiger van de GI
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De minderjarige, geboren in 2017, is sinds april 2020 geplaatst bij pleegouders en staat onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI). De GI verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, welke door de kinderrechter werd toegekend tot 17 januari 2025. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing en wilde terugplaatsing van het kind bij haar bewerkstelligen.
Het hof baseerde zich op een eerder onderzoek van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) en een beschikking van 3 november 2022, waarin werd geoordeeld dat terugplaatsing niet in het belang van het kind is vanwege de bijzondere opvoedingsbehoefte en de beperkte opvoedingsvaardigheden van de moeder. De moeder stelde in hoger beroep niet gemotiveerd dat er sindsdien veranderingen waren die terugplaatsing rechtvaardigen.
Het hof oordeelde dat de moeder onvoldoende onderbouwing gaf voor haar verzoek en dat de omstandigheden niet zodanig waren gewijzigd dat terugplaatsing in het belang van het kind is. Daarom blijft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk en wordt de beslissing van de kinderrechter bekrachtigd.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt bekrachtigd en terugplaatsing bij de moeder wordt afgewezen.