ECLI:NL:GHARL:2024:5214

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 augustus 2024
Publicatiedatum
15 augustus 2024
Zaaknummer
Wahv 200.338.082/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61a RVV 1990Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden

De betrokkene kreeg een sanctie van €170 opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 26 februari 2022. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees een verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene stelde in hoger beroep dat het enkel op het bovenbeen leggen van de telefoon met vingers eromheen geen vasthouden is.

Het hof beoordeelde de situatie aan de hand van een foto en de verklaring van de ambtenaar. Het hof concludeerde dat het apparaat met de vingers als een kooi werd vastgehouden, waardoor het niet uit zichzelf zou blijven liggen. Volgens de Nota van Toelichting bij het RVV 1990 moet het begrip vasthouden ruim worden uitgelegd vanwege verkeersveiligheid.

Het hof oordeelde dat het vasthouden op deze wijze de bestuurder fysiek betrokken maakt bij de telefoon en daardoor zijn verkeershandelingen kan belemmeren. Daarom is de gedraging als vasthouden aan te merken. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €170 voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.338.082/01
CJIB-nummer
: 247768187
Uitspraak d.d.
: 14 augustus 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWest-Brabant van 30 oktober 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 170,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 februari 2022 om 16:24 uur op de Lage Witsiebaan in Tilburg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat vasthouden in de zin van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) zo ruim moet worden uitgelegd dat daaronder ook moet worden verstaan het op de knie hebben liggen van het voorwerp met de vingers eromheen als een soort kooi, zodat het voorwerp niet kan vallen. Van vasthouden is geen sprake, omdat het voorwerp enkel met de knie wordt aangeraakt en niet ook met de vingers. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat de betrokkene een Go Sharing scooter reed en tijdens het besturen een mobiele telefoon vasthad. Ik zag dat hij deze net boven zijn knie vasthield.
Verklaring betrokkene: Gaf geen verklaring. Omschrijving door de verbalisant: Ik had mijn telefoon op mijn knie vast, omdat ik mijn navigatie aan had staan en niet wist waar ik heen moest. Ik heb dit ook laten zien.”
5. De betrokkene heeft in administratief beroep een foto overgelegd waarmee hij wil laten zien hoe de situatie was ten tijde van het vaststellen van de gedraging. Hierop is te zien dat de mobiele telefoon op het bovenbeen van de betrokkene ligt, net boven de knie. De betrokkene heeft zijn hand boven de bovenkant van de mobiele telefoon, de toppen van de vingers raken het bovenbeen aan; de duim en ringvinger naast de mobiele telefoon, elk aan één zijde, de wijs- en middelvingers boven de mobiele telefoon. De mobiele telefoon wordt niet aangeraakt.
6. Uit de verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt niet hoe hij de betrokkene de mobiele telefoon precies heeft zien vasthouden, alleen dat het net boven de knie was. Het hof gaat ervan uit dat de betrokkene zijn mobiele telefoon op zijn bovenbeen had liggen zoals door hem beschreven. Het hof dient te beoordelen of dit als vasthouden in de zin van artikel 61a van het RVV 1990 kan worden aangemerkt.
7. De Nota van Toelichting bij het Besluit van 4 februari 2002 tot wijziging van het RVV 1990 (verbod handmatig telefoneren), Stb. 2002, 67, houdt onder meer het volgende in:
“Het handmatige telefoneren en het gelijktijdig besturen van een motorvoertuig, invalidenvoertuig of bromfiets vormt een gevaar voor de verkeersveiligheid. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid schat dat per jaar in het verkeer enkele tientallen doden en bijna driehonderd gewonden vallen door het gebruik van de mobiele telefoon. De oorzaak hiervan is gelegen in een tweetal factoren. Ten eerste is bij het handmatig telefoneren – vaak gedurende enige tijd – slechts één hand beschikbaar voor het verrichten van de noodzakelijke verkeershandelingen. Ten tweede wordt de aandacht van de bestuurder door het voeren van een telefoongesprek afgeleid van de verkeerssituatie. Door de combinatie van deze twee factoren ontstaat een niet te veronachtzamen risico voor de verkeersveiligheid. (…).
In artikel 61a RVV 1990 wordt gesproken van het vasthouden van een mobiele telefoon en niet van telefoneren. Hiervoor zijn verschillende redenen te geven. Ten eerste wordt hiermee de afwijzing van het fysieke aspect van het handmatig telefoneren beter tot uitdrukking gebracht. Onder vasthouden wordt verstaan het in de hand houden, het tussen oor en schouder geklemd houden etc. (…).”
8. Uit de Nota van Toelichting volgt dat het begrip vasthouden in de zin van artikel 61a van het RVV 1990, met het oog op de verkeersveiligheid en de mogelijkheid tot handhaving, ruim moet worden uitgelegd.
9. Het hof is van oordeel dat het op de bovenbeen laten liggen van de mobiele telefoon op de wijze zoals hiervoor omschreven moet worden aangemerkt als vasthouden in de zin van artikel 61a van het RVV 1990. Hierbij is van belang dat de mobiele telefoon tijdens het rijden met de scooter (bijvoorbeeld bij het nemen van een bocht), niet uit zichzelf in deze positie blijft liggen, maar slechts als deze door de vingers wordt tegengehouden. Er is sprake van een situatie waarin de bestuurder zodanig fysiek betrokken is bij zijn mobiele telefoon dat hij daardoor minder goed in staat is de noodzakelijke verkeershandelingen te verrichten. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
10. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.