Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord.
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
4.De beslissing
13 augustus 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn een geldleningsovereenkomst aangegaan waarbij verweerster een bedrag van €7.500 aan appellant heeft geleend. Na afloop van de looptijd heeft appellant niet het volledige bedrag terugbetaald. Verweerster vorderde bij de kantonrechter terugbetaling van de lening met rente, terwijl appellant in reconventie betaling eiste voor juridische werkzaamheden die hij voor verweerster zou hebben verricht.
De kantonrechter wees de vordering van verweerster toe en wees de vorderingen van appellant af, waarbij het vonnis uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard. Appellant stelde hoger beroep in en verzocht tevens om schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis.
Het hof oordeelt dat appellant onvoldoende zwaarwegende belangen heeft gesteld die een schorsing rechtvaardigen. Er is geen sprake van een feitelijke of juridische misslag in het vonnis van de kantonrechter. Het belang van verweerster bij onmiddellijke tenuitvoerlegging, namelijk het innen van de toegewezen geldsom, weegt zwaarder dan het belang van appellant. De hoofdzaak wordt voortgezet en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof wijst het incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging af en veroordeelt appellant in de proceskosten.