Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene niet tijdig zekerheid had gesteld voor de betaling van de sanctie en administratiekosten.
De betrokkene voerde aan dat hij twee keer een kopie van zijn uitkeringsspecificatie had gestuurd om aan te tonen dat hij geen zekerheid kon stellen, maar dit werd niet als een formeel draagkrachtverweer aangemerkt. De kantonrechter ontving geen uitkeringsspecificaties naar aanleiding van de zekerheidsbrieven en er werd niet gereageerd op de verplichting tot zekerheidstelling.
Het hof overwoog dat artikel 11 Wahv Pro de verplichting tot zekerheidstelling voorschrijft en dat het recht op toegang tot de rechter (artikel 6 EVRM Pro) niet wordt belemmerd zolang een betrokkene tijdig een draagkrachtverweer voert. Omdat de betrokkene dit niet deed en slechts een terloopse opmerking maakte, bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter dat het beroep niet-ontvankelijk is.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid en het ontbreken van een draagkrachtverweer.