Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep, tevens houdende grieven en vermeerdering/wijziging van eis van 20 juli 2023 (met producties);
- de memorie van antwoord tevens houdende eiswijziging c.q. vermeerdering van eis (met producties);
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep;
- een arrest van dit hof van 5 maart 2024 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 23 mei 2024 is gehouden.
2.De kern van de zaak
- de woning aan haar toe te delen tegen de waarde op 31 december 2016, onder de verplichting om de hypothecaire geldleningen geheel voor haar rekening te nemen en als eigen schulden te (blijven) voldoen en de man te doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze geldleningen;
- de man te veroordelen zijn medewerking te verlenen aan de levering van de woning aan de vrouw en zo hij daaraan niet tijdig voldoet te bepalen dat het te wijzen vonnis ex artikel 3:300 BW Pro in de plaats treedt van de wilsverklaring en handtekening van de man benodigd voor de levering;
- te bepalen dat de kosten van de levering door de vrouw zullen worden gedragen;
- haar te veroordelen tot betaling van € 1.431 aan de man, althans een door de rechtbank vast te stellen bedrag;
- de man te veroordelen in de werkelijke proceskosten en de te maken nakosten, zo nodig te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.Het oordeel van het hof
€ 8.000,00