Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind, welke door de kinderrechter was verlengd tot 23 februari 2025. De moeder betwist dat de grond voor verlenging nog aanwezig is en stelt dat de ondertoezichtstelling eerder belastend dan helpend is voor het kind.
De gecertificeerde instelling (GI) voert verweer en stelt dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd. Er is geen structureel contact tussen het kind en de vader, en de omgang met begeleiding is tijdelijk stopgezet vanwege het afwijzende gedrag van het kind. De GI benadrukt dat de hulpverlening noodzakelijk is en dat de ouders niet zelfstandig in staat zijn de problemen op te lossen.
Het hof oordeelt dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn. De hulpverlening is ingezet en moet worden voortgezet, mede omdat het kind op een leeftijd is waarop nog veel bereikt kan worden. Het ontbreken van contact met de vader vormt een bedreiging voor de identiteitsontwikkeling van het kind. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en compenseert de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 23 februari 2025.