Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 31 januari 2024;
- het verweerschrift met producties, en
- een journaalbericht van mr. Leijendekker van 11 juni 2024 met producties.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- iedere zondagmiddag vanaf 12.00 uur tot dinsdagavond bij de moeder is;
- iedere dinsdagavond tot vrijdagavond bij de vader is, en
- in het weekend van vrijdagavond tot zondag 12.00 uur afwisselend bij de vader dan wel de moeder is.
- één weekend in de veertien dagen van vrijdagmiddag tot en met zondagavond bij de vader verblijft, alsmede de helft de vakanties en de helft van de feestdagen;
- voor de meivakantie geldt dat [de minderjarige1] bij de vader is van 27 april tot en met 30 april en voor de zomervakantie van 20 juli 2024 tot en met 4 augustus 2024;
- de vakanties vervolgens als volgt worden verdeeld:
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
- de ene week van donderdagavond tot en met zondagavond en in de volgende week van donderdagavond tot en met vrijdagavond bij de vader verblijft, alsmede gedurende de helft de vakanties en de helft van de feestdagen;
- de vakanties vervolgens als volgt worden verdeeld: