De ouders zijn gezamenlijk gezag over hun jonge kind, geboren in 2021, waarbij het kind bij de moeder woont. De rechtbank had een zorgregeling vastgesteld en de vader verplicht tot betaling van €50 per maand kinderalimentatie. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om afwijzing van het gezamenlijk gezag, een aangepaste omgangsregeling en verhoging van de kinderalimentatie.
Het hof oordeelt dat er onvoldoende informatie is over de opvoedsituatie en communicatie tussen ouders, mede vanwege een belast verleden en spanningen. Daarom wordt een raadsonderzoek gelast om de beste vorm van gezag en zorgregeling te bepalen. Totdat het onderzoek is afgerond blijven de huidige beslissingen van kracht.
Ten aanzien van kinderalimentatie vernietigt het hof de eerdere beschikking en wijst het verzoek af. De draagkracht van de vader wordt hoger ingeschat dan de rechtbank aannam, mede omdat hij voldoende zou moeten kunnen werken. De berekening van de behoefte van het kind blijft ongewijzigd. Door de zorgkorting hoeft de vader geen kinderalimentatie te betalen.
Het hof benoemt een raadsheer-commissaris voor het toezicht op het onderzoek en stelt dat de zaak wordt voortgezet na ontvangst van het rapport van de raad, uiterlijk 20 december 2024.