ECLI:NL:GHARL:2024:4147
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen dwangbevel wegens niet-naleving betalingsregeling verkeersboete
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een dwangbevel dat was uitgevaardigd wegens het niet nakomen van een betalingsregeling voor een administratieve sanctie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
Hoewel het hoger beroep te laat was ingesteld en de zekerheidstelling en het griffierecht niet waren voldaan, kon dit de betrokkene niet worden toegerekend omdat de informatie alleen in het Nederlands was verstrekt terwijl de betrokkene in het Engels correspondeerde. Hierdoor verklaarde het hof het hoger beroep ontvankelijk.
De kantonrechter had het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Het hof vernietigde deze beslissing omdat de aanmaningen niet naar het juiste adres waren gestuurd. Het verzet werd vervolgens inhoudelijk beoordeeld.
Het hof stelde vast dat de betrokkene meerdere betalingsregelingen met het CJIB was aangegaan maar deze niet was nagekomen, waardoor de sanctie verhoogd werd en het dwangbevel werd uitgevaardigd. De betrokkene dacht ten onrechte dat de sanctie via automatische incasso zou worden afgeschreven, maar dit is niet gebruikelijk in Nederland en de betrokkene was meerdere malen geïnformeerd over de gevolgen van niet-betaling.
Het hof oordeelde dat het dwangbevel en de verhogingen niet onrechtmatig zijn en verklaarde het verzet ongegrond. De beschikking van de kantonrechter werd vernietigd en het hoger beroep ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel wordt ongegrond verklaard.