ECLI:NL:GHARL:2024:4122
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.U.M. van der Werff
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.P. den Hollander
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling samenlevingsovereenkomst en verrekening kosten woning en huishouding
Partijen hadden een affectieve relatie en sloten een samenlevingsovereenkomst bij notariële akte. Zij waren gezamenlijk eigenaar van een woning en hadden een gezamenlijke hypotheek. Na het beëindigen van de samenleving ontstond een geschil over de verdeling van de woning, de hypotheeklasten, de waarde en kosten van een caravan, en de verrekening van kosten van de huishouding.
De rechtbank had bepaald dat de woning aan de man werd toegewezen met verrekening van de overwaarde en hypotheekaflossingen, en dat de man de hypotheekrente als gebruiksvergoeding moest dragen. De vrouw moest een deel van de kosten betalen en er werden verrekeningen getroffen over gezamenlijke rekeningen en de overlijdensrisicoverzekering.
In hoger beroep stelde de man onder meer dat hij meer hypotheekaflossingen had gedaan dan rechtvaardig was, dat de taxatiekosten en caravanwaarde verkeerd waren verdeeld, en dat kosten van de kinderopvang en ziektekostenverzekering verrekend moesten worden. De vrouw vorderde een gebruiksvergoeding over haar aandeel in de overwaarde.
Het hof oordeelde dat partijen hoofdelijk aansprakelijk waren voor de hypotheek en dat de verdeling van aflossingen correct was. De taxatiekosten werden niet aangepast. De caravan werd aan de vrouw toegewezen, waarbij de vrouw de helft van de stallingskosten tot maart 2023 moest vergoeden. De gebruiksvergoeding werd afgewezen omdat de periode van onverdeeldheid niet lang genoeg was voor een aanvullende vergoeding. De vordering tot verrekening van kinderopvangkosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, vulde dit aan met een betaling van € 367,78 door de vrouw aan de man, en bepaalde dat ieder zijn eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de vrouw tot betaling van € 367,78 aan de man, met ieder eigen kostenverdeling.