Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen sloten een koopovereenkomst voor de overname van een cafetaria, waarbij de koper contante betalingen deed en de exploitatie overnam. De koper stelde dat een proefperiode van twee maanden was afgesproken waarin hij de koop kon ontbinden, waarbij hij de aanbetaling zou verliezen. De verkoper betwistte dit en vorderde schadevergoeding wegens wanprestatie.
Het hof oordeelde dat de koper overtuigend had aangetoond dat een ontbindende voorwaarde van twee maanden was overeengekomen, mede ondersteund door videomateriaal en gedragingen van de verkoper. Hierdoor was de koper bevoegd de overeenkomst te ontbinden binnen die periode. De vorderingen van de verkoper wegens schade werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Verder wees het hof de vorderingen van partijen over onbetaalde huur, financiële overzichten en medewerking aan het terugzetten van brommers op naam van de verkoper af vanwege gebrek aan bewijs en onvoldoende onderbouwing. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, veroordeelde partijen in proceskosten en verklaarde de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijst alle vorderingen van partijen af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.