ECLI:NL:GHARL:2024:3635
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing zaak wegens ontbreken aanhoudingspoging voor verschijning minderjarige verdachte
De verdachte, minderjarig ten tijde van het tenlastegelegde feit, werd door de kinderrechter bij verstek veroordeeld omdat hij niet verscheen op de zitting. De kinderrechter verleende verstek ondanks dat de verschijning van de verdachte verplicht was en het onderzoek niet ten minste eenmaal was aangehouden om die verschijning mogelijk te maken.
In hoger beroep stelde de raadsvrouw dat verstek ten onrechte was verleend, omdat verdachte nadrukkelijk had aangegeven aanwezig te willen zijn en minderjarig was. Het hof oordeelde dat artikel 495a Sv vereist dat het onderzoek ten minste eenmaal wordt aangehouden om de verschijning van een minderjarige verdachte mogelijk te maken voordat verstek kan worden verleend.
Aangezien het onderzoek in eerste aanleg slechts werd aangehouden vanwege de vaststelling van minderjarigheid en het ontbreken van bijstand, en niet om verschijning van verdachte mogelijk te maken, kon het verstek niet rechtsgeldig zijn. Het hof vernietigde daarom het vonnis en wees de zaak terug naar de kinderrechter voor nieuwe berechting met inachtneming van de verschijningsplicht van de verdachte.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de kinderrechter voor nieuwe berechting met inachtneming van de verschijningsplicht van de minderjarige verdachte.