Uitspraak
2.De kern van de zaak
- het beroepschrift
- een journaalbericht namens de vader van 10 april 2024
- een brief van de GI
- de vader met zijn advocaat
- twee vertegenwoordigers van de GI
- de pleegvader/ opa
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De minderjarige, geboren in 2021, is sinds november 2021 uit huis geplaatst bij de opa en oma van vaderszijde vanwege ernstige zorgen over de verzorging door beide ouders, die destijds verslaafd waren aan drugs. De GI heeft een machtiging tot uithuisplaatsing gekregen van de kinderrechter, geldig tot juni 2024.
De vader is het niet eens met deze beslissing en heeft hoger beroep ingesteld. Hij wil dat de machtiging wordt ingetrokken, omdat hij inmiddels geen drugs meer gebruikt, een eigen woning en baan heeft, en een liefdevolle band met zijn kind onderhoudt. De GI en het hof zijn echter van oordeel dat de machtiging noodzakelijk blijft omdat de minderjarige veilig gehecht is aan de opa en oma, die een stabiele opvoedingsbasis bieden.
Het hof benadrukt dat het advies van de hulpverlener is om een co-ouderschapsregeling te volgen waarbij de minderjarige deels bij de opa en oma blijft wonen. De vader moet nog opvoedondersteuning krijgen en therapie starten. Pas na uitvoering van dit plan kan worden bekeken of de vader de verzorging volledig kan overnemen. Daarom wordt de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de opa en oma wordt bekrachtigd.