De heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort stelde de WOZ-waarde van een onroerende zaak voor het jaar 2021 vast op €6.642.000. Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar dit werd door de heffingsambtenaar ongegrond verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland, die het beroep ongegrond verklaarde.
Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting op 1 mei 2024 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd bevestigd op €6.642.000. Tevens werd overeengekomen dat de heffingsambtenaar een bedrag van €3.245 aan belanghebbende verschuldigd is ter vergoeding van proceskosten, inclusief griffierechten.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hadden op de kostenvergoeding. Daarnaast bepaalde het hof dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht voor zowel het beroep bij de rechtbank als het hoger beroep moet vergoeden. Partijen spraken ook af dat de procedure voor het jaar 2022 door belanghebbende wordt ingetrokken zonder kostenvergoeding.
De uitspraak werd gedaan door raadsheer B.F.A. van Huijgevoort en griffier dr. J.W.J. de Kort op 14 mei 2024. Het vonnis is openbaar en het hoger beroep is gegrond verklaard met toewijzing van proceskostenvergoeding.