ECLI:NL:GHARL:2024:3338

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 mei 2024
Publicatiedatum
15 mei 2024
Zaaknummer
Wahv 200.335.118
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61a RVV 1990Art. 3, tweede lid WahvArt. 2, derde lid Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 11 Wahv
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen boete vasthouden tablet bevestigd aan stuur tijdens rijden

De betrokkene kreeg een boete van €250 opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A16 in Breda. De betrokkene stelde dat het ging om een tablet die met een pin aan het stuur was bevestigd, waardoor vasthouden niet aan de orde was. De kantonrechter wees het beroep af, maar het hof oordeelde anders.

Het hof beoordeelde het bewijs, waaronder verklaringen van de ambtenaar en een foto van het stuur met de tablet. De ambtenaar had vanuit een touringcar waargenomen dat de betrokkene het apparaat vasthield, maar kon niet zien dat het apparaat met een pin aan het stuur bevestigd was. De foto toonde een tablet die zonder handen aan het stuur bevestigd was.

Het hof concludeerde dat de gedraging niet als vasthouden kan worden aangemerkt volgens artikel 61a RVV 1990. De boete werd daarom vernietigd. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.561,75 aan de betrokkene.

Uitkomst: De boete wegens vasthouden van een tablet bevestigd aan het stuur wordt vernietigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.335.118/01
CJIB-nummer
: 246422047
Uitspraak d.d.
: 15 mei 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 8 juni 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 december 2021 om 08.39 uur op de A16 in Breda met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging wordt ontkend en dat er geen sprake is van vasthouden. De betrokkene heeft bij staandehouding meteen aangegeven dat het om een tablet gaat die hij gebruikt voor zijn werk en dat deze tablet is verbonden aan het stuurwiel. Dat is ook te zien op de meegestuurde foto waarop te zien is dat de tablet met een pin vastzit aan het stuur. Vasthouden is dan ook niet nodig. De kantonrechter is alleen ingegaan op de verklaring dat het een tablet betreft. Ten aanzien van het aanvullend proces-verbaal merkt de gemachtigde op dat de ambtenaar verklaart dat hij waarschijnlijk heeft gezien dat de tablet werd vastgehouden, maar hij weet dit dus niet zeker. Verder is het gezien de positie van de ambtenaar onwaarschijnlijk dat hij heeft kunnen zien dat of sprake was van een bevestiging van een tablet aan het stuur. De gedraging kan niet worden vastgesteld.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat de bestuurder een elektronisch apparaat in zijn rechterhand hield op het stuur tijdens het rijden, wat betrof een mobiele telefoon. De overtreding werd geconstateerd vanuit de touringcar tijdens de monoaktie. (…)
Aan betrokkene is de cautie verleend. (…)
Verklaring betrokkene: Het was een tablet en deze zat vast aan het stuur. Vrachtbrieven staan op de tablet.”
5. Door de advocaat-generaal is een aanvullend proces-verbaal meegestuurd met het verweerschrift. Hierin verklaart de ambtenaar onder meer:
“Ik verbalisant (…) was op 15 december 2021 belast met de taak om als spotter vanuit de touringcar te fungeren. Ik heb toen waarschijnlijk (is heel lang geleden) waargenomen vanuit de bus dat de betrokkene de tablet vasthield in zijn rechterhand. Bij de geringste twijfel geven wij geen hit door.
De staandehouding is echter uitgevoerd door twee collega’s die de bus volgden in een onopvallende auto. Ik heb dus van de bewuste pin in het stuur geen weet. De collega’s hebben de betrokkene bekeurd dus neem ik aan dat dit terecht was.”
6. Verder is in het aanvullend beroepschrift bij de kantonrechter ter onderbouwing een foto opgenomen. Hierop is een stuurwiel van een voertuig vanaf de zijkant te zien. Op het stuur ligt een tablet. Aan de onderkant van de tablet(hoes) lijkt een pin vast te zitten. Deze pin loopt door het stuur en steekt eronder uit. Op de foto zijn geen handen te zien die het apparaat op zijn plaats houden.
7. Gelet op wat door en namens de betrokkene van begin af aan is aangevoerd is aannemelijk dat de tablet van de betrokkene met een pin aan het stuur was bevestigd. De ambtenaar verklaart dat hij een elektronisch apparaat op het stuur zag, wat overeenkomt met de wijze van bevestiging van de tablet in het voertuig. Het dossier bevat verder geen verklaring over wat de ambtenaren die de betrokkene staande hebben gehouden hieromtrent hebben geconstateerd bij de staandehouding, terwijl de betrokkene toen wel onmiddellijk heeft aangegeven dat de tablet vastzat aan het stuur.
8. Het hof acht verder aannemelijk dat de tablet met de pin zodanig aan het stuur was bevestigd dat de tablet tijdens het rijden (bijvoorbeeld bij het nemen van een bocht) uit zichzelf in deze positie bleef staan en niet door een of beide handen werd tegengehouden (vgl. het arrest van het hof van 21 december 2021, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2021:11673). Weliswaar heeft de ambtenaar verklaard dat de betrokkene het apparaat vasthield in zijn rechterhand, maar aannemelijk is dat dit niet meer is geweest dan een conclusie van de ambtenaar die vanuit de touringcar de waarneming deed en niet heeft kunnen zien dat de tablet met een pin aan het stuur bevestigd was.
9. Gelet hierop kan niet meer worden vastgesteld dan dat de betrokkene een aan het stuur bevestigde tablet heeft bediend. Dit kan niet worden aangemerkt als vasthouden in de zin van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (vgl. het arrest van het hof van 7 maart 2018, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2018:2186). Niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
10. Het voorgaande leidt ertoe dat de inleidende beslissing niet in stand kan blijven. Het hof zal daarom beslissen zoals hieronder vermeld.
11. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, een hoger beroepschrift en een nadere toelichting daarop dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 624,- en voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.561,75 (= (1,5 x € 624,- x 0,5) + (2,5 x € 875,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.561,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.