Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven met producties
- de memorie van antwoord met producties.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader en moeder hebben een minderjarige zoon uit hun relatie. De moeder heeft het gezag en de zoon woont bij haar. De vader is bij eerdere vonnissen verboden contact te zoeken en zich te bevinden nabij de moeder en zoon vanwege huiselijk geweld en bedreigingen.
De vader heeft geprobeerd het gezag te verkrijgen en een zorgregeling te treffen, maar deze verzoeken zijn afgewezen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde om omgang te ontzeggen wegens ernstig nadeel voor de ontwikkeling van de zoon en diens bezwaren tegen contact met de vader.
De moeder vorderde een straat- en contactverbod voor drie jaar, subsidiair één jaar, dat door de voorzieningenrechter grotendeels werd toegewezen. De vader stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
Het hof oordeelt dat het belang van de moeder spoedeisend is en dat de inbreuk op de vrijheid van de vader gerechtvaardigd is gezien het verleden van geweld, het advies van de raad en het welzijn van de minderjarige. Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het straat- en contactverbod tegen de vader en wijst het hoger beroep af.