Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2012 een geregistreerd partnerschap aangegaan met uitgesloten gemeenschap van goederen en specifieke partnerschapsvoorwaarden over verrekening bij ontbinding.
Na het verzoek tot ontbinding in 2020 en de ontbinding in 2022 ontstond een geschil over de peildatum voor waardering van de woning, investeringen door de man, en vergoedingen voor gebruik van het appartement dat eigendom is van de man.
Het hof oordeelt dat de peildatum voor de woningwaardering het moment van feitelijke verdeling is, niet de datum van het verzoek tot ontbinding. De man heeft investeringen onvoldoende onderbouwd, maar een redelijke vergoeding van €5.000 wordt toegekend voor onderhoud.
Vergoedingen voor gebruik van het appartement worden afgewezen omdat geen huur- of gebruiksovereenkomst is vastgesteld en de vrouw haar betalingen als bijdrage aan de huishoudkosten heeft gedaan.
De vrouw is niet draagplichtig voor de hypotheekschuld van het appartement, die volledig voor rekening van de man blijft. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het overige af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en kent een vergoeding van €5.000 toe voor investeringen in de woning, wijst overige vorderingen af.