ECLI:NL:GHARL:2024:318

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 januari 2024
Publicatiedatum
15 januari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.327.464
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WahvArt. 9 lid 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake niet meewerken aan ademonderzoek en alcoholgebruik scooterbestuurder

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Limburg waarbij betrokkene een administratieve sanctie van €170,- opgelegd kreeg wegens het niet meewerken aan een voorlopig ademonderzoek en het rijden op een scooter met een alcoholpromillage van 950 microgram per liter uitgeademde lucht.

De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat betrokkene niet reed en dat sprake was van afwezigheid van alle schuld (avas) vanwege medische beperkingen gecombineerd met het hoge alcoholgehalte. Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar, die betrokkene op haar scooter tegen het verkeer in zag rijden en het opzettelijk niet meewerken aan het ademonderzoek, voldoende bewijs vormen dat de gedraging heeft plaatsgevonden.

Verder stelde het hof vast dat de omstandigheden het opleggen van een administratieve sanctie rechtvaardigen en dat het beroep op het una via-beginsel niet slaagt. Hoewel betrokkene ook strafrechtelijk is veroordeeld, is het niet noodzakelijk dat in het zaakoverzicht melding wordt gemaakt van de afdoening via beide wegen. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.327.464/01
CJIB-nummer
: 245512733
Uitspraak d.d.
: 15 januari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 21 april 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd, het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 170,- voor: “niet meewerken aan het voorlopige onderzoek van uitgeademde lucht en/of aanwijzingen in dit kader niet opvolgen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 november 2021 om 01.58 uur op de Hornerweg in Roermond met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt dat de gedraging niet is verricht en voert in dit verband aan dat de betrokkene niet reed.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant (…), vorderde de verdachte om mee te werken aan de blaastest. Ik zei tegen de verdachte dat ze hard uit moest blazen op het apparaat en pas moest stoppen als ik dit zei. Wij, (…) zagen dat de verdachte bij elke 5 pogingen na 2 seconden stopte met blazen. (…)
Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…) Verklaring betrokkene: Daar kan ik geen verklaring voor geven, want mij was niet duidelijk hoe is moest blazen.”
4. Voorts bevindt zich in het dossier een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 februari 2022. Hierin verklaart ambtenaar:
“Ik, (…), begreep van collega (…), dat de verdachte op haar scooter tegen het verkeer in gereden had over de Hornerweg (…). Ik, (…), zag dat de verdachte bloeddoorlopen ogen had en ik rook dat haar adem naar alcohol stonk. Ik vorderde de verdachte om mee te werken aan de ademtest. Ik zei tegen haar dat ze hard uit moest blazen op het mondstuk van het apparaat en pas moest stoppen met blazen als ik dit zei. Ik zag dat ze haar lippen over het mondstuk zette en twee seconden op het apparaat blies. Ik gaf haar vervolgens nog een kans. Ik zag dat ze wederom maar twee seconden blies zonder dat ik had gezegd dat ze mocht stoppen met blazen. Ik hoorde haar zeggen dat ze niet snapte hoe het werkte. Ik legde het nogmaals uit dat ze hard op het mondstuk van het apparaat moest uitblazen en pas moest stoppen met blazen als ik dit zei. Bij de volgende drie pogingen blies de verdachte wederom maar voor de duur van twee seconden terwijl ik niet had gezegd dat ze mocht stoppen met blazen. Er was dus wel degelijk sprake van een goede uitleg. Hier was niets ingewikkelds aan. Ik stelde met zekerheid vast dat de verdachte opzettelijk geen medewerking verleende aan het voorlopige ademonderzoek.
Op het politiebureau vorderde ik aan de verdachte de medewerking aan de ademanalyse (…). De verdachte gaf mij geen medische reden op, waarom ze niet in staat zou zijn om op een juiste manier mee te werken aan de ademanalyse.
Tegen de verdachte werd proces-verbaal opgemaakt voor rijden onder invloed van alcohol en haar rijbewijs werd ingevorderd omdat ze ruim boven de invorderingsgrens zat.”
5. Het door de gemachtigde opgeworpen argument dat de betrokkene met haar voertuig niet reed, wordt weerlegd door de in voormeld proces-verbaal opgenomen verklaring van de ambtenaar dat de betrokkene op haar scooter tegen het verkeer in had gereden. Op grond van de gegevens in het zaakoverzicht alsmede de in voormeld proces-verbaal opgenomen verklaring kan naar het oordeel van het hof worden vastgesteld dat de onderhavige gedraging is verricht.
6. De gemachtigde voert voorts aan dat de gedraging niet verwijtbaar is, nu sprake is van afwezigheid van alle schuld (avas) vanwege de medische beperkingen van de betrokkene in combinatie met het hoge alcoholgehalte, namelijk 950 microgram per liter lucht.
7. Voor zover de gemachtigde met een beroep op avas er kennelijk op doelt dat de gedraging is verricht onder omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet rechtvaardigen, overweegt het hof het volgende. Het hof stelt voorop dat ingevolge artikel 2 van Pro de Wahv voorzieningen van strafrechtelijke of strafvorderlijke aard zijn uitgesloten ingeval een administratiefrechtelijke sanctie wordt opgelegd. Nu de gemachtigde naar voren heeft gebracht dat sprake is van een ademalcoholgehalte van 950 microgram per liter uitgeademde lucht, en in aanmerking genomen dat blijkens voormeld proces-verbaal de betrokkene opzettelijk geen medewerking heeft verleend aan het voorlopige ademonderzoek, is het hof van oordeel dat de gedraging niet heeft plaatsgevonden onder omstandigheden die het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken als bedoeld in artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv.
8. De gemachtigde stelt zich verder op het standpunt dat sprake is van schending van het una via-beginsel. Er is volgens de gemachtigde in strijd gehandeld met de instructies in de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen. Afdoening via zowel de strafrechtelijke als administratiefrechtelijke weg mag slechts in uitzonderlijke gevallen, terwijl in deze zaak niet is gebleken van een dergelijke zeer uitzonderlijke situatie. Ook ontbreekt de vereiste vermelding van afdoening via twee trajecten in het (eerste) proces-verbaal/zaakoverzicht. Volgens de gemachtigde negeert de kantonrechter deze vereisten. Inmiddels is de betrokkene veroordeeld door de politierechter, aldus de gemachtigde.
9 In de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen [1] (hierna: Aanwijzing) is opgenomen:
“Feitgecodeerde zaken worden door de opsporingsinstantie of het OM afgedaan overeenkomstig de
Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen.
Om ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis aan de betrokkene/
verdachte voor ten hoogste drie overtredingen een administratieve sanctie opgelegd, een strafbeschikking uitgevaardigd of een proces-verbaal opgemaakt.
Indien, bijvoorbeeld bij het volgen van een voertuig, meerdere overtredingen kort na elkaar worden
geconstateerd, wordt eveneens voor ten hoogste drie overtredingen een sanctie opgelegd of een
strafbeschikking uitgevaardigd. Als het wenselijk is dat alle overtredingen worden benoemd dan moet worden afgezien van de administratiefrechtelijke weg of het uitvaardigen van een strafbeschikking en moet het rijgedrag van de bestuurder en de door hem gepleegde overtredingen worden vastgelegd in een proces-verbaal.
(…)
Als geconstateerd is dat een persoon op een bepaald moment meerdere overtredingen heeft begaan,
wordt aan betrokkene/verdachte een administratieve sanctie opgelegd, óf wordt tegen hem een
strafbeschikking uitgevaardigd óf proces-verbaal opgemaakt. Afdoening langs één traject is het
uitgangspunt om verwarring van procedures te voorkomen. Als wel de strafrechtelijke en de administratiefrechtelijke weg worden bewandeld, moet daarvan in het proces-verbaal zo concreet mogelijk melding worden gemaakt. Van deze mogelijkheid mag slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik worden gemaakt.”
10. De gemachtigde heeft in de procedure bij de kantonrechter een dagvaarding overgelegd, waaruit blijkt dat de betrokkene op 20 mei 2022 voor de politierechter moest verschijnen en aan haar is tenlastegelegd, kort gezegd, dat zij op 7 november 2021 te Roermond als bestuurder van een bromfiets onder invloed van alcohol heeft gereden. In hoger beroep stelt de gemachtigde dat de betrokkene is veroordeeld door de politierechter. Dat in de gegevens van het zaakoverzicht geen melding wordt gemaakt van het afdoen via zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke weg geeft het hof geen aanleiding om de inleidende beschikking wegens strijd met de Aanwijzing te vernietigen. Een proces-verbaal waarin melding wordt gemaakt van het feit dat zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke weg wordt bewandeld, is vooral van belang bij de strafrechtelijke afdoening van de overtreding, die niet langs administratiefrechtelijke weg kon worden afgedaan. De officier van justitie kan bij het opleggen van een strafbeschikking en de strafrechter kan bij het opleggen van een straf immers rekening houden met de (hoogte van de) sanctie die langs administratiefrechtelijke weg is opgelegd (vgl. het niet-gepubliceerde arrest van het hof van 26 juni 2023, met Wahv-nummer 200.309.209/01 waarin de gemachtigde eveneens optrad). Het gedrag van de betrokkene, te weten het niet meewerken aan een voorlopig ademonderzoek en het rijden op een scooter, terwijl sprake is van een ademalcoholgehalte van 950 microgram per liter uitgeademde lucht, is verder zodanig dat afdoening via beide trajecten in casu is gerechtvaardigd. De grond van de gemachtigde treft dan ook geen doel.
11. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.