In deze civiele zaak staat de bestuurdersaansprakelijkheid centraal van [geïntimeerden], als feitelijk bestuurders van een ontbonden holding, jegens In de Wal Auto’s B.V. wegens onbetaald gelaten verkoopprijzen van auto's die In de Wal in consignatie had gegeven. Het hof heeft de bankafschriften en toelichtingen van de bewindvoerder onderzocht om te beoordelen of sprake is van onbehoorlijk bestuur en verhaalsfrustratie.
De vorderingen van In de Wal met betrekking tot drie auto's (Toyota Aygo, Toyota Yaris en Audi A6) worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van selectieve betaling of schending van de Beklamelnorm. Het hof acht de toegelichte transacties en het gebruik van rekeningen onvoldoende om bestuurdersaansprakelijkheid aan te tonen. Ook de stellingen over contante betalingen en transacties via andere rekeningen bieden geen voldoende grond.
Voor de VW Golf oordeelt het hof anders. Hoewel de auto nooit daadwerkelijk ter inruil bij OC was ingebracht, is deze toch onderdeel gemaakt van de regeling met In de Wal door geveinsde levering conform artikel 3:115a BW. Dit leidt tot onbehoorlijk bestuur en een persoonlijk ernstig verwijt aan [geïntimeerden]. De vordering voor de VW Golf en de buitengerechtelijke incassokosten worden daarom toegewezen.
Het hof bekrachtigt de eerdere vonnissen, veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van € 8.000 plus rente en incassokosten, en bepaalt dat partijen elk hun eigen kosten dragen. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.