De veroordeelde heeft bij vonnis van 23 februari 2023 een ISD-maatregel opgelegd gekregen, die op 10 maart 2023 onherroepelijk werd en inging. De rechtbank Gelderland besloot op 10 november 2023 tot voortzetting van de maatregel. De veroordeelde diende vervolgens een verzoek in tot tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de ISD-maatregel.
Het hof heeft beoordeeld of dit verzoek ontvankelijk was. Volgens artikel 6:6:14, eerste lid, Sv kan een verzoek om tussentijdse beoordeling pas worden ingediend na zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Het verzoek van de veroordeelde was echter binnen deze termijn ingediend, namelijk op 30 augustus 2023, terwijl de maatregel op 10 maart 2023 was gestart.
Omdat deze termijn van zes maanden van openbare orde is, kan er geen belangenafweging plaatsvinden en is het verzoek fataal niet-ontvankelijk. Het hof vernietigt daarom de beslissing van de rechtbank en verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel.