ECLI:NL:GHARL:2024:2520
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van dwang door vastpakken en trachten te zoenen
De politierechter heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf van dertig uren wegens dwang, bestaande uit het vastpakken en trachten te zoenen van aangeefster. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de terechtzitting op 27 maart 2024 heeft het hof het bewijs opnieuw onderzocht, waaronder de verklaringen van aangeefster, verdachte en getuigen. Het hof concludeert dat er onvoldoende redengevend en overtuigend steunbewijs is om het tenlastegelegde te bewijzen. De verklaring van aangeefster wordt niet voldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen en wordt tegengesproken door de stellige ontkenning van verdachte.
Een getuige die aangeefster enige tijd na het incident heeft gezien, beschreef alleen een verschrikte blik, wat ook kan worden verklaard door een onschuldige situatie zoals door verdachte gesteld. Andere getuigen hebben de verklaring van aangeefster pas later gehoord, waardoor het bewijs niet overtuigend genoeg is.
Het hof vernietigt daarom het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde. Er is geen overtuigend bewijs dat verdachte dwang heeft gepleegd door vast te pakken en te trachten te zoenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van dwang.