ECLI:NL:GHARL:2024:2502
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs in diefstal met braak
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal met braak in een woning, waarbij een kluis werd weggenomen. De tenlastelegging betrof een inbraak samen met een of meer anderen in de nacht van 1 op 2 juni 2019.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd vanwege een andere bewijswaardering. De herkenningen van verdachte door verbalisanten, die de enige aanwijzingen voor zijn betrokkenheid vormden, werden onvoldoende betrouwbaar geacht. De processen-verbaal bevatten onvoldoende specificatie van de kenmerken waarop de herkenningen waren gebaseerd en lieten twijfel onduidelijk.
Er was geen aanvullend bewijs, zoals sporenonderzoek of het aantreffen van de kluis bij verdachte. Hierdoor kon het hof niet wettig en overtuigend vaststellen dat verdachte het tenlastegelegde had begaan en sprak hij hem vrij.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig werd verklaard. Het hof veroordeelde verdachte alleen tot vergoeding van de gemaakte kosten voor de tenuitvoerlegging, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs voor diefstal met braak.