Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 11 april 2024 het beroep van het openbaar ministerie tegen de afwijzing van de verlenging van de PIJ-maatregel door de rechtbank Amsterdam behandeld. De jeugdige was veroordeeld voor ernstige delicten en onder de PIJ-maatregel geplaatst. De advocaat-generaal had verlenging van de maatregel gevorderd vanwege een stoornis en recidivegevaar, terwijl de jeugdige en zijn raadsvrouw stelden dat verlenging niet langer bijdraagt aan het doel van de maatregel.
Het hof heeft uitgebreid de stukken en deskundigenverklaringen bestudeerd, waaronder rapportages van de reclassering en de Justitiële Jeugdinrichting. De deskundigen en reclassering gaven aan dat de begeleiding en behandeling extern worden voortgezet en dat het recidiverisico is teruggebracht tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau. De jeugdige functioneert redelijk stabiel met werk en begeleiding.
Het hof concludeert dat de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel passend is en voldoende waarborgt dat de noodzakelijke hulp en begeleiding worden voortgezet. De vordering tot verlenging wordt daarom afgewezen. De maatregel zal onvoorwaardelijk eindigen op 10 november 2024, tenzij alsnog verlenging wordt beslist. Het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige weegt zwaar mee in deze beslissing.