Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verder te noemen: de vader,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland waarin een minimale zorgregeling is vastgesteld voor het contact met haar kinderen die onder toezicht zijn gesteld.
De kinderen zijn sinds november 2022 onder toezicht gesteld en verblijven in een pleeggezin. De moeder verzocht om een ruimere omgangsregeling, waaronder verblijf van vrijdag tot zondag bij haar thuis, deels onder begeleiding. De gecertificeerde instelling (GI) en de vader verzetten zich hiertegen vanwege zorgen over het middelengebruik van de moeder.
Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over dat er nog stevige zorgen zijn over de thuissituatie van de ouders, met name het middelengebruik van de moeder. Ondanks behandeling en begeleiding is er sprake van terugval en onvoldoende stabiliteit. De moeder was afwezig bij de mondelinge behandeling, waardoor het hof geen nadere toelichting kon verkrijgen.
Het hof oordeelt dat een uitbreiding van de zorgregeling op dit moment niet in het belang van de kinderen is. De regie over de zorgregeling blijft bij de GI, die een uitbreiding kan toestaan zodra de moeder langdurig stabiel is en open is over haar behandeling. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd en het verzoek van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de minimale zorgregeling en wijst het verzoek van de moeder om uitbreiding af vanwege aanhoudende zorgen over haar middelengebruik.