Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[naam2], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
verder te noemen: de man,
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing
(…) omdat voor het hof de precieze financiële situatie van partijen op de peildatum (4 januari 2021) nog onvoldoende inzichtelijk is. Omdat de vrouw gedurende het huwelijk het beheer heeft gevoerd over de inkomsten en het vermogen van partijen, is het aan haar, gelet ook op hetgeen partijen zijn overeengekomen in artikel 5 van Pro de huwelijkse voorwaarden, om daarover rekening en verantwoording af te leggen.(…)”