ECLI:NL:GHARL:2024:2039
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot doodslag en mishandeling in barincident
Op 23 januari 2020 vond in een bar te [pleegplaats] een geweldsincident plaats waarbij de benadeelde werd aangevallen door een groep mannen. Verdachte werd primair beschuldigd van medeplegen van poging tot doodslag, subsidiair poging tot zware mishandeling en meer subsidiair mishandeling. Tijdens het incident was verdachte aanwezig, maar ontkent hij betrokkenheid bij het geweld.
De rechtbank veroordeelde verdachte in eerste aanleg tot twee maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot zware mishandeling. De benadeelde partij kreeg een schadevergoeding toegekend en een contact- en locatieverbod opgelegd.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken. Het hof oordeelde dat er onvoldoende specifiek en overtuigend steunbewijs is voor de toerekening van de geweldshandelingen aan verdachte. De verklaringen van ooggetuigen waren niet concreet genoeg en er ontbraken andere bewijsmiddelen die verdachte met het geweld konden verbinden.
De vorderingen tot schadevergoeding en de toegewezen contact- en locatieverboden werden afgewezen omdat verdachte niet schuldig werd bevonden. Het hof bepaalde dat partijen hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij poging tot doodslag en mishandeling.