In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van mishandeling. Verdachte werd ervan beschuldigd aangever in het gezicht te hebben geslagen op 27 augustus 2022. Het hof oordeelde dat verdachte zich uit noodweer handelde nadat aangever een slaande beweging maakte.
De advocaat-generaal had vrijspraak gevorderd omdat het verweer van verdachte niet kon worden uitgesloten. Verdachte verklaarde dat hij zich verdedigde met een zwaaibeweging nadat aangever op hem afkwam. Getuigenverklaringen ondersteunden deze lezing, terwijl de verklaring van aangever onvoldoende werd ondersteund door andere bewijsmiddelen.
Het hof vond dat verdachte werd geconfronteerd met een onmiddellijk dreigend gevaar en proportioneel handelde. Hierdoor ontbrak de wederrechtelijkheid en werd verdachte vrijgesproken. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken van het tenlastegelegde.