ECLI:NL:GHARL:2024:1785
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter inzake verkeersboete en redelijke termijn berechting
De betrokkene werd als kentekenhouder een sanctie van €250 opgelegd wegens het niet volgen van de richting van de voorsorteerstrook op een kruispunt op 30 januari 2021. Tegen deze beslissing werd beroep ingesteld bij de kantonrechter, die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om proceskostenvergoeding afwees.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg was overschreden, waardoor matiging van de sanctie met 25% zou moeten plaatsvinden. Het hof stelde vast dat de inleidende beschikking op 8 februari 2021 was verzonden en dat de betrokkene pas op 13 oktober 2022, na meerdere termijnen en herinneringen, een aanvullend beroepschrift indiende.
Hierdoor werd de redelijke termijn van berechting verlengd met zes maanden en twee dagen, toegerekend aan de betrokkene. Het hof concludeerde dat de redelijke termijn niet was overschreden en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Tevens wees het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De redelijke termijn van berechting is niet overschreden; de sanctie van €250 wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.