ECLI:NL:GHARL:2024:1616

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
5 maart 2024
Zaaknummer
Wahv 200.327.164
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvBesluit proceskosten bestuursrechtRegeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie wegens rijden op voetpad zonder geactiveerde ontheffing

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €150 wegens rijden op het voetpad in Enschede met een voertuig waarvoor een ontheffing was verleend. De bestuurder had echter het kenteken niet tijdig geactiveerd, waardoor de ontheffing op het moment van de overtreding geen gelding had.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de sanctie niet rechtsgeldig was omdat het rijden was toegestaan op grond van de ontheffing en dat er geen waarschuwingsperiode was gehanteerd bij digitale handhaving. Het hof oordeelde dat de sanctie terecht was opgelegd omdat de ontheffing niet tijdig was geactiveerd en dat er geen beleidsregel was geschonden door het ontbreken van een waarschuwingsperiode.

De advocaat-generaal stelde voor het boetebedrag te matigen naar €75 vanwege de omstandigheden rondom de ontheffing. Het hof volgde dit voorstel en matigde de sanctie. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan de betrokkene.

Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en verklaarde het hoger beroep gegrond, wijzigde de sanctie en bepaalde dat teveel gestelde zekerheid wordt gerestitueerd.

Uitkomst: Sanctie wegens rijden op voetpad zonder geactiveerde ontheffing gematigd tot €75 en proceskosten toegekend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.327.164/01
CJIB-nummer
: 246028647
Uitspraak d.d.
: 5 maart 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 9 maart 2023, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 september 2021 om 11.35 uur op de Kalandergang in Enschede met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene wijst erop dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene ten tijde van de gedraging in opdracht van Enexis werkzaamheden aan het uitvoeren was in de binnenstad van Enschede. Daarvoor is hij in het bezit van een ontheffing stadserf en mocht hij dus het centrum van Enschede inrijden. Achteraf is gebleken dat hij de ontheffing eerst om 12.46 uur heeft geactiveerd in plaats van om 11.35 uur. Maar nu de sanctie is opgelegd voor één van de gedragingen uit het Reglement verkeersregels en verkeertekens waarvan de bestuurder van het voertuig van de betrokkene is ontheven, vervalt de rechtsgrond voor het opleggen van een sanctie.
3. Het hof volgt deze stelling niet. Uit de stukken volgt dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene in het bezit was van een ontheffing om het centrum van Enschede in te mogen rijden, maar dat hij het kenteken van het betreffende voertuig niet tijdig heeft doorgegeven waardoor de ontheffing op het moment van de gedraging niet was geactiveerd en daarmee geen gelding had. Daardoor was er ten tijde van de gedraging wel een rechtsgrondslag voor het opleggen van de sanctie. Deze grond faalt.
4. Verder voert de gemachtigde aan dat gehandeld is in strijd met het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (hierna: Beleidskader) omdat de gemeente Enschede geen waarschuwingsperiode heeft gehanteerd. Deze sanctie dient te worden aangemerkt als ‘eerste waarschuwing’ waardoor de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
5. Het hof stelt vast dat in deze zaak sprake is van digitale handhaving in een voetgangersgebied.
6. Uit het door de advocaat-generaal ingebrachte aanvullend proces-verbaal van 8 september 2020 blijkt dat vanaf 24 juni 2019 digitaal wordt gehandhaafd op de pleeglocatie. Destijds was daar een geslotenverklaring van kracht.
7. Verder blijkt uit het algemeen proces-verbaal van 5 mei 2023 dat in 2020 bij de gemeente de wens ontstond om van het centrumgebied van Enschede een voetgangersgebied te maken en ook voor snor- en bromfietsen het rijden in het gebied te verbieden. Daartoe moesten de C-borden aan de rand van het stadserf worden vervangen door G-borden. De overgang van C- naar G-borden vond plaats bij besluit van 15 juli 2020, Staatscourant 2020, nr. 37969. De fysieke realisatie vond plaats in september 2020. Uit verschillende bij het verweerschrift gevoegde publicaties in de media blijkt dat het systeem van cameratoezicht vanaf eind 2020 tot eind augustus 2021 uitgeschakeld is geweest.
8. In het arrest van 17 januari 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:411) heeft het hof vastgesteld dat aan de officier van justitie, met het oog op digitale handhaving van de G-borden, het Plan van aanpak camerahandhaving – voetgangersgebied binnenstad Enschede d.d. 19 augustus 2020 is voorgelegd. Hierin is voor zover hier van belang - kort samengevat - opgenomen dat met het instellen van een voetgangersgebied er voor de bestuurders van motorvoertuigen in de praktijk niets verandert, zodat daarom voorgesteld wordt om in de opstartfase geen periode van coulance te hanteren. Dit plan van aanpak is getoetst aan het toenmalige Beleidskader. In augustus 2021 is, overeenkomstig het bepaalde in de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar, instemming verleend met de digitale handhaving in het voetgangersgebied.
9. De officier van justitie heeft, met het verlenen van instemming overeenkomstig dit plan van aanpak, aan een waarschuwingsperiode geen betekenis toegekend. Het voorgaande brengt mee dat - anders dan de gemachtigde stelt - de ambtenaar bij het opleggen van deze sanctie niet heeft gehandeld in strijd met een voor hem geldende beleidsregel. Daarbij wijst het hof ook op zijn arrest van 17 augustus 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:6936). De grond dat de hier opgelegde sanctie als eerste waarschuwing moet worden aangemerkt, slaagt daarom niet.
10. De advocaat-generaal heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat de aangevoerde omstandigheden betreffende de ontheffing aanleiding geven het bedrag van de sanctie te matigen tot € 75,-. Gelet op de eigenstandige bevoegdheid die het openbaar ministerie heeft, zal het hof de advocaat-generaal hierin volgen.
11. Nu het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd komen de proceskosten voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal 4 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 624,- en voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.780,5‬0 (= (1,5 x € 624,- x 0,5) + (3 x € 875,- x 0,5)).
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in € 75,-;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van Pro de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.780,5‬0.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.