Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat het bewind en mentorschap over de goederen en persoon van verzoeker centraal. Verzoeker, geboren in 1948, is na een herseninfarct gedeeltelijk lichamelijk gehandicapt en geestelijk beperkt. De kantonrechter stelde een bewind in en benoemde een professionele mentor. Verzoeker ging in hoger beroep om het bewind op te heffen en een familielid als mentor te benoemen.
Het hof heeft het dossier bestudeerd en meerdere zittingen gehouden, waarbij zowel verzoeker, zijn advocaat, de mentor en familieleden aanwezig waren. Verzoeker betoogde dat hij geestelijk bij de tijd is en zijn geldzaken zelf kan regelen, terwijl de bewindvoerder stelde dat de schuldenlast aanzienlijk is en verzoeker geen ziektebesef heeft.
Het hof oordeelt dat verzoeker door zijn geestelijke toestand niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. De schuldenlast en het ontbreken van ziektebesef onderbouwen dit oordeel. Ook het mentorschap blijft gehandhaafd omdat de zorgcomplexiteit groot is en de professionele mentor beter aansluit bij de behoeften van verzoeker dan familieleden, ondanks hun goede bedoelingen.
De beschikking van de kantonrechter wordt daarom bekrachtigd en het hoger beroep wordt afgewezen. Het bewind blijft van kracht en de benoeming van de professionele mentor wordt gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van het bewind en vervanging van de mentor door een familielid af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.