ECLI:NL:GHARL:2024:1549
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet stellen zekerheid WAHV
De betrokkene stelde beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de sanctie en administratiekosten, zoals vereist door artikel 11 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).
De betrokkene voerde onder meer aan dat de beschikking niet voldeed aan de eisen van artikel 156, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met bezwaren over digitale handtekeningen en het ontbreken van legitimatie van de kantonrechter, griffier en officier van justitie. Tevens stelde hij dat hij door het ontbreken van een uitnodiging voor de zitting niet in de gelegenheid was gesteld deze vragen te stellen.
Het hof oordeelt dat de kantonrechter bevoegd was om zonder zitting te beslissen vanwege het niet stellen van zekerheid, conform de WAHV en jurisprudentie van de Hoge Raad. De beslissing vermeldt de naam van de kantonrechter en is ondertekend door kantonrechter en griffier. Er is geen wettelijke verplichting om de naam van de griffier te vermelden in de beslissing. De gronden van het beroep falen en het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid volgens de WAHV.