ECLI:NL:GHARL:2024:1321

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 februari 2024
Publicatiedatum
22 februari 2024
Zaaknummer
200.330.297
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:431 lid 1 BWArt. 1:384 BWArt. 1:448 lid 4 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen onderbewindstelling wegens onvoldoende redenen afgewezen

In deze zaak stond het beschermingsbewind over de goederen van een 19-jarige jongvolwassene centraal. De kantonrechter had op verzoek van de betrokkene zelf een onderbewindstelling uitgesproken vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand. De jongvolwassene ging in hoger beroep tegen deze beslissing.

Het hof oordeelde eerst over de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Hoewel de hoofdregel is dat degene die het verzoek tot bewind heeft gedaan geen belang heeft bij hoger beroep, achtte het hof dit anders omdat de jongvolwassene zich later realiseerde wat de consequenties van het bewind waren en aangaf geen hulp te willen. Het hof ontving hem daarom in het hoger beroep.

Inhoudelijk stelde het hof vast dat de jongvolwassene op een moeilijk lerend niveau functioneert en enige ondersteuning kan gebruiken. Echter, hij gaat verstandig met zijn geld om, regelt zelfstandig belangrijke zaken en wordt ondersteund door pleegouders en een mentor. De ingrijpende maatregel van bewind is daarom niet proportioneel. Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter en wees het verzoek tot onderbewindstelling af, met het advies dat de jongvolwassene trainingen kan volgen om zijn zelfstandigheid te vergroten.

Uitkomst: Het hof vernietigt de onderbewindstelling en wijst het verzoek tot bewind af wegens onvoldoende gronden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.330.297
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 10406412 UT VERZ 23-4375 IJS)
beschikking van 22 februari 2024
in het hoger beroep van:
[verzoeker],
woonplaats: [woonplaats1] ,
advocaat: mr. A.E.M.C. Koudijs in Utrecht.
Belanghebbenden zijn:
[de bewindvoerder] , handelend onder de naam [naam1] (de bewindvoerder),
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
en
[de moeder] (de moeder),
woonplaats: [woonplaats2] .
Informanten zijn:
[de pleegouders] (de pleegouders),
woonplaats: [woonplaats1] .

1.Onderwerp

Het gaat in deze zaak om het beschermingsbewind (het bewind) over de goederen van [verzoeker] .

2.De feiten

[verzoeker] is geboren [in] 2004. Hij is 19 jaar oud. [verzoeker] woont bij de pleegouders.

3.De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter (in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht) heeft op 15 mei 2023 de goederen van [verzoeker] onder bewind gesteld en de bewindvoerder benoemd. De reden voor de onderbewindstelling was de lichamelijke of geestelijke toestand van [verzoeker] .

4.Het hoger beroep

[verzoeker] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Hij is in hoger beroep gegaan. Hij wil dat het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigt.

5.De rechtszaak bij het hof

5.1
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift van 11 augustus 2023 met bijlagen, en
  • een brief van [verzoeker] van 28 juni 2023.
5.2
De zitting bij het hof was op 25 januari 2024. Aanwezig waren:
  • [verzoeker] met zijn advocaat;
  • de bewindvoerder, en
  • de pleegouders.

6.De redenen voor de beslissing

De beslissing
6.1
Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het verzoek van [verzoeker] tot het instellen van een bewind alsnog afwijzen. Hierna legt het hof uit waarom.
Ontvankelijkheid
6.2
Allereerst moet het hof beoordelen of [verzoeker] kan worden ontvangen in het hoger beroep. Pas als [verzoeker] kan worden ontvangen in het hoger beroep, komt het hof toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vraag of de goederen van [verzoeker] onder bewind moeten staan.
6.3
[verzoeker] heeft de kantonrechter zelf verzocht om zijn goederen onder bewind te stellen. De kantonrechter heeft zijn verzoek toegewezen. De hoofdregel is dat degene van wie het verzoek door de rechter is toegewezen, geen belang heeft bij een hoger beroep en dat diegene daarom niet kan worden ontvangen in zijn hoger beroep.
6.4
[verzoeker] heeft zijn handtekening gezet op een formulier waarop staat dat hij de kantonrechter verzoekt zijn goederen onder bewind te stellen. Daaruit moet in beginsel worden afgeleid dat [verzoeker] de beslissing van de kantonrechter heeft gewild. Van belang is echter dat [verzoeker] zegt dat hij zich pas later ten volle heeft gerealiseerd waarvoor hij tekende en wat bewind precies inhoudt. Uit het verslag van de zitting bij de kantonrechter blijkt dat [verzoeker] heeft gezegd dat hij geen hulp wil, dat hij goed omgaat met geld en dat hij alle dingen zelf kan regelen. Het hof is daarom van oordeel dat de kantonrechter een beslissing heeft genomen op een geldig verzoek, maar dat het bij nader inzien niet werkelijk de wens van [verzoeker] was dat een onderbewindstelling zou worden uitgesproken. Dit alles, bezien in samenhang met de gronden voor het uitgesproken bewind (zie ook hierna onder 6.6), leidt tot de slotsom dat [verzoeker] belang heeft bij het hoger beroep en dat hij wordt ontvangen in zijn hoger beroep.
Inhoudelijke beoordeling
6.5
De kantonrechter kan een bewind instellen als iemand van achttien jaar of ouder als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet (meer) goed voor zijn geldzaken kan zorgen (artikel 1:431 lid 1 onder Pro a BW).
6.6
Uit het dossier komt naar voren dat [verzoeker] op een moeilijk lerend niveau functioneert en dat hij meer dan gemiddeld herhaling, tijd en oefening nodig heeft om instructies te kunnen volgen. [verzoeker] is nog maar net volwassen. Hij volgt een opleiding, maar hij is van plan om na dit jaar een andere opleiding te gaan volgen en hij heeft plannen om op zichzelf te gaan wonen. Er komt dus best veel op hem af. Het hof kan zich voorstellen dat [verzoeker] , net als andere jongeren van zijn leeftijd, daar wel wat uitleg en hulp bij kan gebruiken. Een bewindvoerder kan [verzoeker] die uitleg en hulp geven. Een onderbewindstelling is echter ook een ingrijpende maatregel, omdat degene om wiens goederen het gaat niet meer zelfstandig over zijn geldzaken kan beslissen. Er moet daarom terughoudend mee worden omgegaan.
6.7
Op de zitting bij het hof heeft de bewindvoerder gezegd dat [verzoeker] verstandig omgaat met zijn geld. [verzoeker] heeft een (relatief) groot bedrag gespaard en hij doet geen ondoordachte of onverstandige uitgaven. Verder is gebleken dat het hem ook lukt om zelfstandig dingen te regelen, zoals het afsluiten van een zorgverzekering en het inschrijven voor een woning. De zorg van de bewindvoerder is niet zozeer dat [verzoeker] schulden gaat maken, maar dat hij niet alles overziet, zoals vergoedingen en toeslagen waar hij recht op heeft, en dat hij daardoor bijvoorbeeld geld misloopt. Net als [verzoeker] zelf gaat het hof ervan uit dat de bewindvoerder met de beste bedoelingen heeft gehandeld en dat zij het beste met [verzoeker] voorheeft. De zorgen van de bewindvoerder zijn op zichzelf ook goed te volgen, maar daarmee is niet gezegd dat bewind de aangewezen weg is om dit te ondervangen. [verzoeker] wordt ondersteund door zijn pleegouders en een mentor. [verzoeker] en zijn pleegouders, bij wie hij al van jongs af aan woont, hebben een heel goede band met elkaar en [verzoeker] accepteert de ondersteuning en de adviezen van de pleegouders en wil dat ook blijven doen. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de pleegouders [verzoeker] de nodige ondersteuning niet meer zouden kunnen bieden. Het hof is daarom van oordeel dat er op dit moment onvoldoende redenen zijn voor een onderbewindstelling.
6.8
Omdat de beschikking waarbij het bewind is uitgesproken wordt vernietigd en het verzoek tot onderbewindstelling alsnog wordt afgewezen, eindigt de taak van de bewindvoerder de dag na de uitspraak van het hof (artikel 1:384 BW Pro in samenhang met artikel 1:448 lid 4 BW Pro). De inmiddels door de bewindvoerder of met haar toestemming verrichte handelingen blijven voor [verzoeker] echter van kracht.
6.9
Op de zitting bij het hof is gebleken dat [verzoeker] een sterke wens heeft om zelf zijn leven vorm te geven. Dat is begrijpelijk, maar het kan geen kwaad om soms wat hulp te zoeken. Het hof hoopt dat [verzoeker] trainingen gaat volgen die hem kunnen helpen om zijn geldzaken nog beter zelfstandig te regelen. Mocht op enig moment een situatie ontstaan waarbij het nodig is dat alsnog een bewind wordt ingesteld over alle goederen, die toebehoren of zullen toebehoren aan [verzoeker] , dan kan daarvoor opnieuw een verzoek worden ingediend.

7.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 15 mei 2023 en
wijst het verzoek van [verzoeker] tot onderbewindstelling alsnog af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. K. Mans, R. Prakke-Nieuwenhuizen en I.J. Pieters, bijgestaan door mr. K.A.M. Oude Vrielink, griffier. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2024.