De curator van drie gefailleerde rechtspersonen heeft na een langdurig oorzakenonderzoek en een eerdere ingetrokken verzoekschrift opnieuw verzocht om een voorlopig getuigenverhoor. Dit verzoek betrof het horen van vijf getuigen over het bestuursbeleid van Stichting Timpaan in de periode 2012-2015. Het hof oordeelt dat het verzoek strijdig is met de goede procesorde, mede omdat de curator de mogelijkheden die de faillissementswet biedt niet heeft benut en het verzoek dient ter voorbereiding van de memorie van grieven in hoger beroep.
De rechtbank had eerder alle vorderingen van de curator afgewezen en de curator veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het hof stelt vast dat het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor de bodemprocedure onnodig vertraagt en dat het tijdsverloop sinds het faillissement en eerdere procedurekeuzes van de curator maken dat het verzoek niet toewijsbaar is.
Het hof wijst het verzoek af en veroordeelt de curator tot betaling van de proceskosten van Stichting Timpaan Groep. Tevens benadrukt het hof dat het horen van getuigen ter ondersteuning van schikkingsonderhandelingen geen geoorloofd belang is voor een voorlopig getuigenverhoor.