Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders zijn gehuwd sinds 1999 en hebben drie minderjarige kinderen die sinds 2019 onder toezicht zijn gesteld en uit huis geplaatst. De kinderen verblijven bij verschillende pleeggezinnen sinds 2019 en 2020. De rechtbank heeft op verzoek van de raad voor de kinderbescherming het gezag van de ouders over deze kinderen beëindigd en de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd.
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen deze beslissing en verzoeken het hof de beschikking te vernietigen. Het hof heeft de minderjarige [de minderjarige1] in de gelegenheid gesteld haar mening te geven, die zij steunde. Tijdens de mondelinge behandeling waren de moeder, de raad en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig.
Het hof overweegt dat het gezag beëindigd kan worden als het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouder niet binnen een aanvaardbare termijn de verzorging kan dragen, of bij misbruik van gezag. Het belang van het kind staat voorop, met nadruk op stabiliteit en continuïteit in de opvoedingssituatie. Hoewel de moeder meer betrokkenheid toont, is er geen zicht op terugkeer van de kinderen naar het ouderlijk huis.
De ouders ervaren dat hun geloofsovertuiging niet wordt gerespecteerd door de gecertificeerde instelling, met name rond medische verzekeringen, maar het hof vindt dat de belangen van de kinderen bij medische zorg prevaleren. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking van de rechtbank en beëindigt het gezag van de ouders, waarbij de gecertificeerde instelling voogd blijft.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die het gezag van de ouders beëindigt en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemt.