ECLI:NL:GHARL:2024:1099

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 februari 2024
Publicatiedatum
14 februari 2024
Zaaknummer
200.329.224/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a WahvBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging matiging sanctie vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden en afwijzing proceskostenvergoeding

De betrokkene werd als kentekenhouder gesanctioneerd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 9 augustus 2021. De kantonrechter matigde de sanctie met 25% vanwege een schending van de hoorplicht en kende een proceskostenvergoeding toe.

In hoger beroep voerde de gemachtigde aan dat de bestuurder geen telefoon vasthield maar vanwege een oorziekte de telefoon aan zijn oor hield zonder te bellen, ondersteund door een huisartsverklaring en telefoonhistorie. Het hof oordeelde dat de verklaring van de toezichthouder die de gedraging duidelijk en onbelemmerd waarnam doorslaggevend was, en dat het vasthouden van de telefoon strafbaar is ongeacht of er gebeld wordt.

Ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor het uittreksel van de Kamer van Koophandel stelde het hof vast dat geen bewijs van betaling was overgelegd en dat de kosten niet specifiek voor deze procedure waren gemaakt. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden en wees het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de matiging van de sanctie en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.329.224/01
CJIB-nummer
: 243312975
Uitspraak d.d.
: 14 februari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 maart 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 194,25.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 418,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 augustus 2021 om 15.48 uur op de Gentsevaart in Kapellebrug met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het sanctiebedrag gematigd met 25% omdat de hoorplicht is geschonden door de officier van justitie.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene erbij blijft dat de bestuurder van het voertuig geen telefoon heeft vastgehouden, maar dat hij aan zijn oor zat in verband met een aandoening aan zijn oor. Het betreft Chondrodermatitis nodularis helicis. Ter onderbouwing is een verklaring van de huisarts meegestuurd. Als iemand zijn telefoon aan zijn oor houdt dan is de meest logische handeling dat iemand daadwerkelijk aan het bellen is. Uit de toegestuurde telefoonhistorie blijkt dat er geen gesprek heeft plaatsgevonden op het moment van de gedraging. Hoewel bellen niet noodzakelijk is voor de vaststelling van de gedraging, kan het in het geval van de bestuurder van het voertuig bezwaarlijk iets anders zijn dan bellen als hij daadwerkelijk zijn telefoon heeft vastgehouden. Bovendien heeft hij een carkit in zijn auto, waarvan foto’s zijn overgelegd. Tot slot voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter ten onrechte geen vergoeding van € 2,40 voor de kosten voor het uittreksel van de Kamer van Koophandel heeft toegewezen.
4. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat met de rechterhand, ter hoogte van het rechteroor, vasthield. Tijdens mijn waarneming heb ik duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken. Ik zag dat betrokkene (het hof begrijpt: de bestuurder van het voertuig van de betrokkene) een smartphone in zijn rechterhand had en hij deze smartphone tegen zijn rechteroor aanhield terwijl hij ondertussen zijn bedrijfsbus bestuurde.”
6. In het dossier bevinden zich verder de door de bestuurder van het voertuig van de betrokkene overgelegde stukken, namelijk een telefoonhistorie waaruit blijkt dat op 9 augustus 2021 tussen 15.42.59 uur en 15.55 uur niet gebeld is met een telefoon, een foto van de carkit en een verklaring van de huisarts over de door de gemachtigde aandoening.
7. Hot hof wil wel aannemen dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene een aandoening aan zijn oor heeft, waardoor hij tijdens het rijden aan het oor zit. Toch geeft het hof doorslaggevende betekenis aan de verklaring van de ambtenaar. Deze verklaart dat hij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig heeft kunnen kijken en zag dat de bestuurder een smartphone met zijn rechterhand tegen zijn rechteroor had. Dat de bestuurder op het tijdstip van de gedraging niet zou hebben getelefoneerd waardoor het niet aannemelijk is dat hij de telefoon aan het oor zou hebben, geeft geen aanleiding om aan de verklaring van de ambtenaar te twijfelen. De regelgever heeft het vasthouden van een mobiele telefoon strafbaar gesteld, zodat niet relevant is of de bestuurder van het voertuig heeft getelefoneerd. Dat de bestuurder van het voertuig beschikt over een carkit geeft evenmin aanleiding tot twijfel. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht.
8. Ten aanzien van de grond dat de kantonrechter ten onrechte de kosten van het uittreksel van de Kamer van Koophandel niet heeft vergoed, overweegt het hof als volgt.
9. Artikel 13a, eerste lid, laatste volzin, van de Wahv verklaart het Besluit proceskosten bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 1, aanhef en onder f, van voormeld besluit kan een veroordeling in de kosten betrekking hebben op kosten van uittreksels uit de openbare registers.
10. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in het beroepschrift bij de kantonrechter heeft verzocht om vergoeding van de kosten van het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel indien van toepassing. Het hof stelt verder vast de kantonrechter in verband met de matiging van het sanctiebedrag wel een vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand heeft toegekend, maar niet heeft beslist op dit verzoek. Het moet er derhalve voor worden gehouden dat het verzoek om een vergoeding voor de kosten van het desbetreffende uittreksel is afgewezen.
11. Door de gemachtigde is een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [de betrokkene] B.V. bij het beroepschrift bij de kantonrechter gevoegd. Uit dit uittreksel blijkt dat de gegevens zijn vervaardigd op 15 oktober 2020 om 15.09 uur, en dus voordat de gedraging is verricht en beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is ingesteld. Door de gemachtigde is geen bewijs van betaling bijgevoegd. Derhalve valt niet vast te stellen dat in het kader van de onderhavige procedure kosten zijn gemaakt voor een uittreksel van de Kamer van Koophandel die voor vergoeding in aanmerking komen.
12. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen, zij het gelet op wat is overwogen onder 10. met verbetering van gronden. Het verzoek om een proceskostenvergoeding in hoger beroep wordt afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.